Zes regels die voor iedereen gelden, van de keeper tot de spits.
Jullie vroegen er zelf om: vooraf duidelijk maken wat er verwacht wordt, zodat je elkaar kunt corrigeren zonder dat er iemand langs de lijn hoeft te roepen. Dat is precies waar deze zes voor zijn. Wie een afspraak benoemt, levert geen kritiek maar voert het plan uit.
De 9 geeft het startsein, en alleen op een trigger: een terugspeelbal naar hun keeper of laatste man, een slechte aanname van een verdediger, of de bal naar een back die stilstaat.
Geen trigger betekent wachten en knijpen. In je eentje op de bal afgaan is erger dan niets doen, want dan ligt er een gat achter je.
De 4, 5 of 6 roept ZAK, en dan zakt iedereen mee. Ook de 9 en de 10.
Half drukzetten bestaat niet. Of we gaan met z’n allen, of we staan met z’n allen.
Nooit meer dan vijfentwintig tot dertig meter tussen de verdediging en de aanval. Wordt het groter, dan spelen ze er dwars doorheen.
Iedereen mag AFSTANDEN roepen, ook naar de aanvoerder. Dat is geen kritiek, dat is het plan.
De 4 en de 5 dirigeren achterin, de 6 dirigeert het blok, de 9 start het drukzetten.
Als de roeper roept, doen we het. Ben je het er niet mee eens, dan bespreken we het na de wedstrijd en niet tijdens.
Vijf seconden vol druk op de bal. Lukt het afpakken niet, dan gaat iedereen achter de bal staan en pas daarna halen we hem terug.
Twee man plus de 6 staan altijd achter de bal, ook als we aanvallen.
Moe zijn betekent simpeler spelen, niet slordiger. Bal breed, bal vooruit, en geen risico op eigen helft.
Balverlies in de opbouw is de doodzonde als je moe bent. Dat is precies wanneer het vaakst misgaat.
Bij balverlies eerst de organisatie, daarna de bal. Twee plus de 6 achter de bal. Daar zijn de meeste doelpunten tegen mee te voorkomen.